nederlandse liedjes liedjessite liedjeswebsite







In de Overtuin

De website waar muziek in zit !








Home

Volksliedjes A
Volksliedjes B
Volksliedjes C
Volksliedjes D
Volksliedjes E
Volksliedjes F
Volksliedjes G
Volksliedjes H
Volksliedjes I
Volksliedjes J
Volksliedjes K
Volksliedjes L
Volksliedjes M
Volksliedjes N
Volksliedjes O
Volksliedjes P
Volksliedjes R
Volksliedjes S
Volksliedjes T
Volksliedjes U
Volksliedjes V
Volksliedjes W  /  Wi
Volksliedjes IJ
Volksliedjes Z

Wilhelmus

Volkslied provincies

Zoek op alfabet / thema


































Info

Inhoud website:
volksliedjes - nederlandse volksliedjes H - ruim 150 oude bekende traditionele volksliederen - tekst en muziek - midi bladmuziek - complete teksten klassieke oude liedjes tekst en muziek nederlands volkslied nederland nederlands lied liedje nederlandstalig volksliedje nederlandstalige liederen

nederlandse volksliedjes nederlands volksliedjes bladmuziek volksliedjes.nl volksliedjes midi volksliedjes teksten

Trefwoorden: songtekst songteksten songtext liedtekst liedteksten ouderwets ouderwetse liedjes van vroeger liederen uit grootmoeders tijd nederlandse liedjes nederland holland hollandse liedjes liedboekjes zingen meezingen luisteren beluisteren oud liedje uit het verleden jeugd vorige eeuw auteur componist volksmuziek liedblaadjes muziekgeschiedenis

met muziek melodie mp3 midi bladmuziek muzieknotatie met noten muzieknoten notenschrift wijs wijsje pianomuziek piano

Varianten: zilverenvloot zilvervloot hoe zachtjes glijdt ons bootje spiegelend meer glijd holland ze zeggen je grond is zo dras hopsa heisasa het is in de maand van mei ja ja padvindersmars hoort zegt het voort de Wijs - Mouton Paul Rubens
Nederlandse volksliedjes
 ∼  H  ∼ 


   


Lidwoorden zijn overgeslagen bij alfabetisering.
Liedjes die beginnen met Het, 't, enz.:
zie beginletter tweede woord.



Hannes loopt op klompen
zimpe, zampe, zompe
door de plassen dat het spat
broek en kousen worden nat,
moeder roept: "Hans, laat het, hoor!"
Hannes trapt maar dapper door
hij laat zich niet lompen!

Hanneske zit buiten
ritte, ratte, ruite
op de ruiten krast hij daar
vader vindt het schriklijk naar,
roept: "Zeg Hannes, wees wat stil!"
denk je dat hij 't laten wil?
Hij laat vader fluiten!

Hannes zit te morren
lirre, larre, lorre
in de school als meester zegt:
"Hannes zit wat beter recht,
kijk naar 't bord, kijk in je boek!"
Brommig roept hij: "Wel, dat doe 'k!"
Wat geeft hij om knorren!

Hannes zit te brommen
rimme, ramme, romme
op zijn vader, op zijn moe
snauwt zijn broers en zusjes toe
heeft met niemand ooit geduld
zeg hem: "Jij hebt zelf de schuld!"
Nou, daar mot je om komme!

Wil je 't eens proberen
lirre, larre, leere
iets te maken van het kind
't is verloren moeite, vrind!
Jongetjes zo vol venijn
kind'ren die zo koppig zijn
kun je niet bekeren!


bladmuziek     vergroting

Tekst: N. Doumen.
Muziek: P. Loots.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Veldkamp en De Boer, Kun je nog zingen (1938, 1972)
(zie: Bronnen).







Heb je van de zilveren vloot wel gehoord
de zilveren vloot van Spanje?
Die had er veel Spaansche matten aan boord
en appeltjes van oranje!

Piet Hein, Piet Hein
Piet Hein, zijn naam is klein
zijn daden bennen groot
zijn daden bennen groot
die heeft gewonnen de zilveren vloot
die heeft gewonnen, gewonnen de Zilvervloot!

Zei toen niet Piet Hein, met een aalwaerig woord:
"Wel jongetjes van Oranje,
Kom klim 'reis aan dit en dat Spaansche boord
en rol me de matten van Spanje!"

Piet Hein, Piet Hein
Piet Hein, zijn naam is klein
zijn daden bennen groot
zijn daden bennen groot
die heeft gewonnen de zilveren vloot
die heeft gewonnen, gewonnen de Zilvervloot!

Klommen niet de jongens als katten in 't want
en vochten ze niet als leeuwen?
Ze maakten de Spanjers duchtig te schand
tot in Spanje klonk hun schreeuwen.

Piet Hein, Piet Hein
Piet Hein, zijn naam is klein
zijn daden bennen groot
zijn daden bennen groot
die heeft gewonnen de zilveren vloot
die heeft gewonnen, gewonnen de Zilvervloot!

Kwam er nu nog eenmaal zoo'n zilveren vloot
zeg zou jelui nog zoo kloppen?
Of zoudt gij u veilig en wel, buiten schoot
maar stil in je hangmat stoppen?

Wel! Neêrlands bloed
dat bloed heeft nog wel moed!
Al bennen we niet groot
al bennen we niet groot
we zouden winnen de zilveren vloot
we zouden winnen, nog winnen een Zilvervloot!


bladmuziek     vergroting

Piet Hein (of Piet Heijn) (1577-1629): Commandant van de WIC
ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog / Spaanse matten: zilveren munten

Tekst: J.P. Heije.
Muziek: J.J. Viotta.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
F.A. Snellaert, Oude en nieuwe liedjes (1864)
J.P. Heije, Nederlandsche liederen (1865)
J. Kwast, Gezelschapsliederen (ca. 1900)
Veldkamp en De Boer, Kun je nog zingen (1911, 1938, 1972)
(zie: Bronnen).







Help nu uzelf, zo helpt u God
uit der tirannen band en slot,
benauwde Nederlanden.
Gij draagt den bast al om uw strot:
rept fluks uw vrome handen!

De Spaanse hoogmoed vals en boos
zand u een beudel goddeloos,
om u godloos te maken
Gods Woord rooft hij door mensengloss
en wil u 't geld ontschaken.

Zo neemt hij elk zijn hoogste goed:
die 't woord, der zielen voedsel zoet,
om draf niet willen derven,
bekopen 't met haar rode bloed
of moeten naakt gaan zwerven.

Mar die zijn hert op Mammong stelt
moet ook omberen 't lieve geld,
zijn god, zijn vlees betrouwen.
Hij eist de tienden met geweld:
die 't geeft zal niet behouwen.

O Nederland, gij zijt belaân!
Dood ende leven voor u staan:
dient den tiran van Spanje,
of volgt, om hem te wederstaan
den prinse van Oranje.

Helpt de Herder die voor u strijdt,
of helpt de wolf die u verbijt.
Weest niet meer neutralisten!
Vernielt den tiran, 't is nu meer dan tijd,
met al zijn tirannisten!


Geuzenlied.

vrome=dappere / zand=zond / beudel=beul /
mensengloos=menselijke verklaring / draf=afval

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Geusen lieden boecxken (1570)   KB
J.F. Willems, Oude Vlaemsche liederen (1848)
Lange, Riemsdijk en Kalff, Nederlandsch volksliederenboek (1913)
Veldkamp en De Boer, Kun je nog zingen (1938, 1972)
Pollmann en Tiggers, Nederlands Volkslied (1977)
(zie: Bronnen).







Here, kere van ons af
uw vertorend aangezicht,
en door deez' verdiende straf
ons verblind verstand verlicht!
Dat uw vriendelijk gelaat
lichtend over ons mag staan,
en uw uitverkoren zaad
eens toch mag met vrede gaan.

Toom en breidel 's vijands macht,
die 't al in beroeren stelt.
Heer, verschijn eens zo met kracht,
dat hij ruimen moet het veld,
en uw volk na zulk een werk
veilig eenmaal opgaan mag
in uw lieve, heil'ge Kerk,
u te loven nacht en dag.

Doch zo 't U believen zal,
dat Gij ons nog langer zult
laten in dit ongeval,
geef ons, Here, toch geduld.
Laat dan uwe wil geschien,
want voorzeker en gewis
Gij kunt weten en voorzien,
wat ons meest van node is.


Geuzenlied.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
A. Valerius, Nederlandtsche gedenck-clanck (1626)
F.R. Coers, Liederen van Groot-Nederland (ca. 1920)
Pollmann en Tiggers, Nederlands Volkslied (1977)
(zie: Bronnen).







Heer Halewijn zong een liedekijn
al die dat hoorde wou bi hem zijn
al die dat hoorde wou bi hem zijn.

En dat vernam een koningskind
die was zoo schoon en zoo bemind
die was zoo schoon en zoo bemind.

Zi ging voor haren vader staen:
och vader, mag ik naer Halewijn gaen
och vader, mag ik naar Halewijn gaan?

Och neen, gi dochter, neen gi niet!
die derwaert gaen en keeren niet
die derwaert gaen en keeren niet.

Zi ging voor hare moeder staen:
och moeder, mag ik naer Halewijn gaen
och moeder, mag ik naer Halewijn gaen?

Och neen, gi dochter, neen gi niet!
die derwaert gaen en keeren niet
die derwaert gaen en keeren niet.

Zi ging voor hare zuster staen:
och zuster, mag ik naer Halewijn gaen
och zuster, mag ik naer Halewijn gaen?

Och neen, gi zuster, neen gi niet!
die derwaert gaen en keeren niet
die derwaert gaen en keeren niet.

Zi ging voor haren broeder staen:
och broeder, mag ik naer Halewijn gaen
och broeder, mag ik naer Halewijn gaen?

't Is mi aleens waer dat gi gaet,
als gi uw eer maer wel bewaert
en gi uw kroon naer rechten draagt.

Toen is zi op haer kamer gegaen
en deed haer beste kleeren aen
en deed haer beste kleeren aen.

Wat deed zi aen haren lijve?
een hemdeken fijnder als zijde
een hemdeken fijnder als zijde.

Wat deed zi aen haer schoon korslijf?
van gouden banden stond het stijf
van gouden banden stond het stijf.

Wat deed zi aen haren rooden rok?
van steke tot steke een gouden knop
van steke tot steke een gouden knop.

Wat deed zi aen haren keirle?
van steke tot steke een peirle
van steke tot steke een peirle.

Wat deed zi aen haer schoon blond hair?
een kroone van goud en die woog zwaer
een kroone van goud en die woog zwaer.

Zi ging al in haers vaders stal
en koos daer 't beste ros van al
en koos daer 't beste ros van al.

Zi zette haer schrijlings op het ros
al zingend en klingend reed zi door 't bosch
al zingend en klingend reed zi door 't bosch.

Als zi te midden 't bosch mogt zijn
daer vond zi mijn heer Halewijn
daer vond zi mijn heer Halewijn.

Gegroet! zei hi, en kwam tot haer
gegroet, schoon maegd, bruin oogen klaer
komt, zit hier neer, ombind uw haer.

Zo menig haer dat zij ombond
zo menig traantjen haar ontron
zo menig traantjen haar ontron.

Zi reden met malkander voort
en op den weg viel menig woort
en op den weg viel menig woort.

Zi kwamen bi een galgenveld
daer aen hing menig vrouwenbeeld
daer aen hing menig vrouwenbeeld.

Alsdan heeft hi tot haer gezeid:
mits gi de schoonste maget zijt
zoo kiest uw dood! het is nog tijd.

Wel als ik dan hier kiezen zal
zoo kieze ik dan het zweerd voor al
zoo kieze ik dan het zweerd voor al.

Maer trekt eerst uit uw opperst kleed
want maegdenbloed dat spreit zoo breed
zoo 't u bespreide het ware mi leed.

Eer dat zijn kleed getogen was
zijn hoofd lag voor zijn voeten ras
zijn tong nog deze woorden sprak:

Gaet ginder in het koren
en blaest daer op min horen
dat al mijn vrienden 't hooren.

Al in het koren en gaen ik niet
op uwen horen en blaes ik niet
op uwen horen en blaes ik niet.

Gaet ginder onder de galge
en haelt daer een pot met zalve
en strijkt dat aen mijn rooden hals!

Al onder de galge en gaen ik niet
uw rooden hals en strijk ik niet
moordenaers raed en doe ik niet.

Zi nam het hoofd al bi het haer
en waschte 't in een bronne klaer
en waschte 't in een bronne klaer.

Zi zette haer schrijlings op het ros
al zingend en klingend reed zi door 't bosch
al zingend en klingend reed zi door 't bosch.

En als zi was ter halver baen
kwam Halewijns moeder daer gegaen:
schoon maegt, zaegt gi mijn zoon niet gaen?

Uw zoon heer Halewijn is gaen jagen
g' en ziet hem weer uw levens dagen
g' en ziet hem weer uw levens dagen.

Uw zoon heer Halewijn is dood
ik heb zijn hoofd in mijnen schoot
van bloed is mijnen voorschoot rood!

Toen ze aen haers vaders poorte kwam
zi blaesde den horen als een man
zi blaesde den horen als een man.

En als de vader dit vernam
't verheugde hem dat zi weder kwam
't verheugde hem dat zi weder kwam.

Daer werd gehouden een banket
het hoofd werd op de tafel gezet
het hoofd werd op de tafel gezet.


bladmuziek     vergroting

keerle: bovenkleed / vrouwenbeeld: vrouwen-lijk

Mogelijk middeleeuws lied; datering onzeker
(voor het eerst opgetekend in de 19e eeuw;
J.F. Willems noteerde het rond 1830 van een los liedblad).

Dit lied is o.m. opgenomen in:
J.F. Willems, Oude Vlaemsche liederen (1848)
Coussemaker (1856)
Pollmann en Tiggers, Nederlands Volkslied (1977)
(zie: Bronnen).







Hier is onze fiere Pinksterblom
en ik zou hem zo graag eens wezen!
Met zijn mooie kransen op het hoofd
en met zijn klinkende bellen.
Recht is recht, krom is krom,
gelief j' ook wat te geven voor de fiere Pinksterblom
want de fiere Pinksterblom moet voort!

Boer, ik vraag jou voor de laatste keer
heb je soms nog takkenbossen?
In het donker stoken wij ons vuur
dat fikt en vlamt en dat knettert.
Vuur en vlam, rook en smook,
zeg, danst misschien jouw mooie trientje deze avond ook
met een fiere Pinksterblom in 't rond?


bladmuziek     vergroting

Pinksterblom: pinksterbruid, voorjaarsfeest rond pinksteren.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
F. van Duyse, Het oude Nederlandsche lied (1903)
J. Kunst, Het levende lied van Nederland (1938, 1947)
Pollmann en Tiggers, Nederlands Volkslied (1977)
(zie: Bronnen).







Hoe zachtkens glijdt ons bootje
daar op het spieg'lend meer,
de riempjes, net en proper,
gaan luchtig op en neêr.
De golfjes kabb'len spelend
al tegen 't bootje aan
en ginds zien wij den toren
in groene boschjes staan.

Maar wie wil spelevaren
zij wijs en welbedacht,
want menig voer in 't bootje
die dood werd thuisgebracht.
Het bootje is zoo wankel,
het is zo rank en smal,
wie met gevaren spotten
zijn beter aan de wal.


bladmuziek     vergroting

Tekst: P. Parson.
Muziek: W.H. de Groot Wz.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Veldkamp en De Boer, Kun je nog zingen (1911, 1938, 1972)
(zie: Bronnen).







Holland, ze zeggen: je grond is zoo dras,
maar mals zijn je weiden en puik is je gras
en vet zijn je glanzende koeien.
Fris waait de wind door je wuivende riet,
groen zijn je dorpjes in 't neev'lig verschiet,
rijk staan je gaarden te bloeien.
Blank is je water en geurig je hooi,
Holland, mijn Holland, ik vind je zoo mooi!
Holland, mijn Holland, ik vind je zoo mooi!

Holland, ze zeggen: je bent maar zoo klein,
maar wijd is je zee en je lucht is zoo rein
en breed zijn je krachtige stromen.
Goud is je graan op je zand en je klei,
purper het kleed van je golvende hei,
stoer zijn je ruisende bomen.
Holland, ik min je om je heerlijke tooi,
Holland, mijn Holland, ik vind je zoo mooi!
Holland, mijn Holland, ik vind je zoo mooi


Tekst en muziek: S. Abramsz.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Veldkamp en De Boer, Kun je nog zingen (1938, 1972)
(zie: Bronnen).







Holland met zijn malse wei
Holland met zijn paarse hei
met zijn vlakten van fluweel
Holland is een landjuweel.

Siert de lente Hollands wei
met haar fulpen groene sprei.
'k Hoor de dart'le koetjes loeien,
'k zie de speelse kalfjes stoeien,
't landvolk dansen bij de veel,
Holland, Holland is een landjuweel.

Brandt de zomer op het land,
'k zie de nijvere boerenstand
zwoegend langs hun akkers gaan,
deinend van het rijpe graan.
's Morgens vroeg en 's avonds spâ,
Holland, Holland heeft geen wedergâ.

Kleurt de herfst weer veld en bos,
met zijn geelgekleurde dos,
'k zie het bruin en geel zich weven,
langs de goudgetinte dreven,
siert hij velden, beemd en pad,
Holland, Holland is een kleurenschat.

Snoert de winter stroom en gracht,
Holland is en blijft een pracht.
'k Zie de paartjes lustig zweven,
door de wit besneeuwde dreven
op het spiegelgladde ijs,
Holland, Holland is een paradijs.

Holland met zijn malse wei
Holland met zijn paarse hei
met zijn vlakten van fluweel
Holland is een landjuweel.


Tekst: W.H. Kirberger.
Muziek: G. Beijerle.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Veldkamp en De Boer, Kun je nog zingen (1911, 1938, 1972)
(zie: Bronnen).







Hollands vlag, je bent mijn glorie.
Hollands vlag, je bent mijn lust.
'k Roep van louter vreugd victorie,
als ik je zie aan vreemde kust.
'k Roep van louter vreugd victorie,
als ik je zie aan vreemde kust.
Op de zee en aan de wal,
Hollands vlag gaat bovenal.
Op de zee en aan de wal,
Hollands vlag gaat bovenal.

Als je haar in vreemde baaien,
mijlenver van eigen strand
zwierig van de mast ziet waaien,
als een groet van 't vaderland,
zwierig van de mast ziet waaien,
als een groet van 't vaderland:
voel je een vreemd verheugenis,
voel je eerst recht hoe mooi ze is,
voel je een vreemd verheugenis,
voel je eerst recht hoe mooi ze is.


Tekst: G.W. Lovendaal.
Muziek: J.P.J. Wierts.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Veldkamp en De Boer, Kun je nog zingen (1938, 1972)
(zie: Bronnen).







Hoort, zegt het voort, dat nu jong Nederland
niet meer teert op de kracht
van een roemrijk geslacht,
maar aan 't werk gaat met eigen hand.
Werk maakt ons sterk, helpt ons in het leven voort,
wij rusten niet uit,
want wij willen vooruit
daar de toekomst aan ons behoort.

Naar de duinen, naar de bosschen,
't volle leven tegemoet,
want den frisschen zin
brengt de buitenlucht er in
en een waakzaam oor
houdt ons op het rechte spoor.
Hij die eens de vlag wil hijschen
op het werk van onzen tijd
houde vol zijn keus,
blijve trouw aan onze leus:
wij zijn bereid.


Bekend onder de titel: Padvinders mars.

Tekst: M. de Wijs-Mouton.
Muziek: P.A. Rubens.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Veldkamp en De Boer, Kun je nog zingen (1938, 1972)
(zie: Bronnen).







Hopsa, heisasa, 't is in de maand van mei, ja ja!
Rooie neuzen zijn verdwenen,
dooie vingers, prikkelteenen,
al dat kil en koud verdriet
heb je in de meimaand niet.
Hopsa, heisasa, 't is de maand van Mei!

Hopsa, heisasa, 't is in de maand van mei, ja ja!
Weg met dikke winterjassen,
weg met mutsen, wollen dassen.
Moortje heeft zijn werk gedaan,
Moortje kan naar zolder gaan.
Hopsa, heisasa, 't is de maand van Mei!

Hopsa, heisasa, 't is in de maand van mei, ja ja!
Jongens, kom, we gaan aan 't stappen
om wat frisse lucht te happen.
Alles staat in lentetooi,
o wat is de mei toch mooi!
Hopsa, heisasa, 't is de maand van Mei!


bladmuziek     vergroting

Tekst: O.S. van der Veen.
Muziek: J. Reckers.

Dit lied is o.m. opgenomen in:
Veldkamp en De Boer, Kun je nog zingen (1938, 1972)
(zie: Bronnen).









Een nieu Geusen lieden boecxken, 1581.
Titelblad van het Geuzenliedboek
(ex. Koninklijke Bibliotheek).




©  copyright bladmuziek en muziek:
klik hier.

   




Home       Kinderliedjes

Bronnen       Zoek       Links       Gastenboek       Colofon